
| INDEX | |
|---|---|
| JAPAN ALGEMEEN | |
| LAND EN KLIMAAT | |
| GESCHEIDENIS | |
| CULTUUR | |
| HET LEVEN VAN EEN JAPANS KIND | |
| LEVENSSTIJL | |
| FESTIVALS | |
| ECONOMIE | |

De Japanse vlag heet "Hinomaru". Het is een witte vlag met in het midden een rode bal. De rode bal stelt de zon voor. De Japanse volkslied is de "Kimigayo". In Japan spreken de mensen Japans. Het nationale bloem is de chrysant, en het nationale vogel is de kraanvogel. De Japanse geld heet yen. Een gulden is ongeveer 65 yen.
Japan is een land met veel vulkanen en je hebt daar veel aardbevingen. Er zijn ongeveer 200 vulkanen. 67 van deze zijn nog actieve. Deze vulkanen spugen dan as en lava uit en dat is heel gevaarlijk. Er zijn wel 7.500 aardbevingen per jaar. Meestal zijn ze niet zo zwaar, en voel je bijna niet. Heel soms zijn ze zwaar. Op 17 januari, 1995 was er een heel erg zware aardbeving in Kobe, een heel belangrijk haven. Veel mensen zijn dood gegaan en gebouwen zijn verwoest. Als een aardbeving onder water is, ontstaat er vaak een vloedgolf (tsunami).
Japan heeft de langste trein tunnel in de wereld. Dat tunnel loopt van Honshu tot Hokkaido en ook de hoogste vuurtoren in de wereld, hij is 106 meter hoog. Japan heeft ook een van de snelste treinen van de wereld. Ze zijn altijd op tijd en ze zijn heel mooi en lux. De shinkansen, de kogeltrein, rijdt tussen de belangrijkste Japanse steden. De shinkansen rijdt wel 270 km per uur.

De beroemdste en hoogste berg, de Fuji, is 3.776 meter hoog. Het is een dode vulkaan en ligt dichtbij de hoofdstad, Tokyo. Zijn laatste uitbarsting was in 1707. De meeste bergen zijn vulkanen en er zijn veel warm-waterbronnen. De Japanners vinden het erg leuk om er in te baden. Sommige bronnen zijn ontzettend warm. Je kan daarboven een eitje koken. Het ei wordt dan zwart en de Japanners zeggen als je dit ei eet, dan je zeven jaar langer leeft.
Japan heeft verschillende klimaten. In het noorden van Japan zijn de winters lang en heel koud en zijn de zomers kort en fris. In het zuiden is het altijd warm en vochtig. De temperatuur in het noorden in de winter kan tot 40 graden onder nul komen. In het zuiden kan de temperatuur in de zomer meer dan 30 graden worden.
Japan heeft vier seizoenen en een regentijd. Net als in Nederland heeft Japan een zomer, een herfst, een winter en een lente. Maar het heeft ook aan het begin van de zomer, een regentijd van ongeveer een maand. Aan het einde van de zomer zijn er veel tyfoons. Dat zijn hele zware stormen die van zee naar Japan komen. Mensen die aan de kust wonen en die weten dat er een zware tyfoon aankomt, timmeren hun ramen en deuren dicht, omdat ze bang zijn dat de zware tyfoon alles kapot maakt.
De lente is de bloeitijd van de pruim bomen en kers bomen. De Japanners vinden het leuk om naar bloesems te kijken (hanami) en onder de bloeiende bomen te picknicken. Zo vieren ze de komst van de lente. In de herfst krijgen de bomen rode bladeren. Het is heel mooi. In de winter sneeuwt het veel in het noorden en westen van Japan. In februari wordt er in de hoofdstad van Hokkaido, Sapporo, een sneeuw festival gehouden. Mensen maken dan van sneeuw en ijs beroemde gebouwen en andere dingen.

Voor het midden van17de eeuw, had Japan veel contact met het buitenland vooral met China en Korea. Japan had een belangrijk invloed met geloven en cultuur van deze landen. Boeddhisme en Confucianism kwam naar Japan via China en Korea. Portugezen waren de eerste Europeanen in Japan. Ze hebben met hen, in de 16de eeuw, het Christendom meegebracht. In het begin van de 17de eeuw kwamen ook de Nederlanders.
In het begin van 17de eeuw werd Edo, wat nu Tokyo is, de hoofdstad van Japan. In het midden van 17de eeuw sloot Japan zichzelf geheel af van de rest van de wereld. Er mocht geen contact of handel meer zijn met het buitenland. Dit zou ruim 200 jaar duren. Alleen de Nederlanders mochten vanuit Deshima, een klein eilandje in de haven van Nagasaki, handel blijven drijven met de Japanners. Ook met China en Korea bleven de Japanners handel drijven.
In het midden van 19de eeuw moest Japan van Amerika zijn havens openen voor buitenlanders. Toen had Japan weer contact met het buitenland. In deze tijd is Japan begonnen met moderniseren. Japan wilde een sterk land in de wereld worden. En Japan werd steeds sterker. Japan viel op 7 december 1941 de Amerikaanse vloot aan op Pearl Harbour, de haven van Hawaii. Bijna de hele Amerikaanse vloot was verwoest. Daardoor kwam Japan in het tweede Wereld Oorlog. Daarna veroverde Japan veel landen in Zuidoost Azië. Ook Nederlands Indië (Indonesië).
Japan heeft zich in augustus 1945 na 2 atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, overgegeven. Japan was totaal verwoest. Amerika heeft Japan geholpen het land weer op te bouwen. 7 jaar hebben de Amerikanen Japan bezet, en Japan verteld hoe ze moesten leven. Nu is Japan een van de rijkste landen van de wereld en is Japan voor veel landen in Azië een groot voorbeeld.
De huidige keizer van Japan, Akihito, is de 125e keizer. Hij werd keizer in 1989. Zijn vrouw heet Michiko en hij heeft drie kinderen.

Shinto is het geloof dat in Japan ontstaan is. Mensen geloven dat er goden in de natuur leven, in bomen, in bergen, in de zee en in de wind. De mensen vereren deze goden en leven in vrede met de natuur. Nu horen ook de voorouders, helden en geëerde mensen tot de natuurgoden.
Vroeger vereerde de mensen hun goden op een natuurlijke plek, later bouwden mensen tempels, waar de goden vereerd werden en nog steeds worden. Ook hebben veel families thuis een huisaltaartje om hun voorouders en goden te vereren.
De Japanners hebben veel tradities. Ook worden veel dingen op de traditionele manier gemaakt, zoals aardewerk, houtsnijwerk, lakwerk en prachtige zijden stoffen bedrukt met eeuwenoude patronen. Die zijden stoffen worden gebruikt meestal voor kimono's (traditionele kleren).
Japanners houden veel van kunst. Er zijn in Japan veel soorten kunst; ikebana, houtsnijwerk en beeldhouwkunst. Ikebana is en kunst van bloemschikken. De bloemen worden er op een speciale manier in een vaas gezet. Het wordt vanaf de 15 eeuw gedaan.
In Japan zijn er ook veel soorten theaters. Noh is het oudste. Bij het Noh-spel zijn de spelers gemaskerd. Bij het Kabuki-spel zijn de kostuums belangrijk en de spelers zijn altijd mannen. In Bunraku gebruiken ze poppen dat zijn net als groot als halve mens. Elke pop wordt door drie mensen wordt bedient.

De kinderen in Japan moeten heel veel tijd besteden aan het leren van het Japanse schrift. Het is namelijk niet makkelijk om de twee Japanse alfabetten, hiragana en katakana, en de Chinese karakters, de kanji, te leren. Het hiragana en het katakana hebben allebei 46 letters, en er zijn ontzettend veel Chinese karakters. Om een krant te kunnen lezen moet je ongeveer 2.000 kanji weten. Als je de lagere school verlaat dan weet je al 1.000 kanji.
Als de kinderen 6 jaar oud zijn, gaan ze naar groep 1. Ze hebben, net als in Nederland, daarvoor op een kleuterschool gezeten. In groep 1 leren ze hiragana, katakana en eenvoudige kanji. Ze leren ook heel erg eenvoudig rekenen. De lagere school is tot groep 6. In groep 6 krijgen de kinderen voor het eerst Engels. Op de middelbare school gaan ze daarmee verder totdat ze van school af gaan. Toch kunnen ze dan nog niet goed Engels praten. Engels lezen en schrijven kunnen ze heel goed.
De school begint om half negen en eindigt om drie uur. Op school dragen alle kinderen een uniform. Voor meisjes is dat vaak een blauwe jurk en witte sokken en voor de jongens is dat een blauwe blazer een wit overhemd, een grijze broek, en witte sokken. Ze dragen ook wit, rood of geel petten. Je hooft niet altijd een uniform te dragen op de lagere school. In de klassen zijn er ongeveer 40 kinderen. Als kinderen de school binnenkomen moeten ze hun schoenen uittrekken en in hun eigen locker stoppen en moeten ze een soort gymschoenen aandoen. Voor de meisjes gymschoenen met aan de voorkant een rode rand en voor de jongens een blauwe rand. Ze hebben ook een speciale leren rugzak voor school. Voor de meisjes is die rood en voor de jongens is die blauw. S'middags krijgen de kinderen warme eten op school. Elke dag na schooltijd moeten een paar kinderen van elke klas samen de school schoonmaken. Daarom moeten zij tot 4 uur of half 5 in de school blijven. De zomervakantie duurt 6 weken en de kinderen hebben 2 weken vakantie in de Nieuwe jaar en ook in de lente. Daar zijn ook veel nationale vakanties.
In Japan kunnen de kinderen niet blijven zitten. Als ze niet goed kunnen leren gaan ze naar een speciale school. Vanaf groep één krijgen de kinderen huiswerk. Iedere dag moeten ze een soort dagboek schrijven en dat de volgende dag aan de juf laten zien.
Vanaf hun derde jaar gaan kinderen al naar een soort avondschool, de juku, waar ze huiswerk maken en les krijgen. Omdat ze als ze naar een goede lagere school willen, een toets moeten maken. Ze moeten dan die toets goed maken, anders mogen ze niet naar die school. Goede scholen zijn heel belangrijk als kinderen naar goede universiteiten willen. Voor alle universiteiten in Japan moeten kinderen toelatingsexamen doen. Als kinderen niet slagen voor een toelatingsexamen mogen ze pas twee jaar later nog eens proberen. Het is dus moeilijk om op een universiteit te komen maar als je eenmaal binnen bent, is het afstuderen zelf niet zo moeilijk.

Het belangrijkste eten van een Japanner is rijst. De mensen eten ook veel vis. Ze houden van rauwe vis, sashimi, en ook sushi (rijst dat met azijn op smaak is gebracht en je eet het met sashimi of groente). Gedroogde zeewier, udon en soba (een soort noedels) eten ze ook. Met het eten drinken ze misoshru dat is een soort soep gemaakt van sojabonen pasta. Veel mensen nemen hun middageten mee. De aller eenvoudigste is de "hi no maru bento" dat is witte rijst met een "umeboshi" (een rode zuur baby pruim) in het midden. Het lijkt op de Japanse vlag. In het verleden aten ze niet veel vlees en melkprodukten. Deze zijn er pas 100 jaar in de dagelijkse menu. Ze gebruiken meestal "ohashi" (stokjes) om te eten. Voor sommige westen Europese eten gebruiken ze vork en mes.
Meestal gebruiken de Japanners gewone kleren net als in Nederland. Maar op speciale dagen gebruiken ze een kimono's (dat zijn Japanse kleren). In de zomer gebruiken ze een yukata (katoenen kimono). Ook als mensen thuiskomen en willen uitrusten gebruiken ze een soort kimono's. De kimono van een man is altijd donker en heeft aan de binnenkant een tekening. De kimono's van de vrouwen zijn heel erg kleurig. Je kan zien of ze wel of niet getrouwd is. Omdat als ze getrouwd is zijn de mouwen van de kimono korter.
Japanners werk heel hard. In Japan gaan de mensen ook op zaterdag naar hun werk en de kinderen naar school. En de winkels zijn open op zondag. Er zijn veel 24 uur winkels, zodat je altijd boodschappen kunt doen.
Japanners houden ook van sport. Daar zijn traditionele sporten als sumo, judo, kendo en karate. In sumo zijn er twee grote dikke mannen die elkaar proberen uit de cirkel (dojo) te duwen of op de grond te gooien. Judo, kendo en karate zijn ook over de wereld bekent. Judo is al een sport in de Olympische spelen. De meest bekende moderne sporten zijn honkbal, voetbal en rugby.

Daar zijn ook veel festivals voor kinderen. Op 3 maart is de poppen festival, Hinamatsuri, alleen voor de meisjes. Ze versieren mooie poppen op een soort trap. Deze festival werd gevierd om de hopen hun dochters met een rijke man trouwen. De poppen moet na 3 maart opgeruimd worden omdat anders kunnen zij niet trouwen. Op 5 mei is het kinderdag. Het was eigenlijk bedoeld voor de jongens. Daarom hangen ze voor elk jongen een katoenen of nylon karper op het dak of in de tuin.
Er zijn heel veel andere festivals. Bijvoorbeeld, de sterren festival, Tanabata; shichi-go-san (voor meisjes van 3 en 7 jaar en jongens van 5 jaar), Sneeuw festival in Hokkaido, Hakata Dontaku (van zondag) in Kyushu; Aoi festival in Kyoto, Sanja festival in Tokyo, Nebuta in Aomori.

In moderne Japan landbouw is niet meer zo belangrijk. Industriële produkten zijn belangrijker. Japan heeft heel weinig mineralen, energie en grondstoffen en moet dat van het buitenland kopen. Daarvoor heb je geld nodig en moet Japan dingen aan het buitenland verkopen. Japan maakt veel verschillende produkten. De meest bekende product is de auto (Toyota, Mitsubishi, Nissan, Mazda en Honda). Van de wereld maakt Japan de meeste auto's. Ook de elektronische produkten zijn erg bekend. Dit zijn produkten als radios, televisies, stereos, camera's en computers. Om schepen, auto's en elektronische produkten te kunnen maken, hebben de Japanners ijzer en staal nodig. Er zijn dan ook veel ijzer- en staalfabrieken in Japan.

